De Stichting Jeugdbescherming West Zeeland verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot aan zijn meerderjarigheid. De minderjarige kampt met aanhoudende problemen zoals middelengebruik, hoog schoolverzuim en problematisch contact met zijn vader. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, waarbij de minderjarige bij de moeder woont.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij de minderjarige niet is gehoord, kwamen de zorgen over zijn ontwikkeling en het contactherstel met de vader aan de orde. De gecertificeerde instelling benadrukte de noodzaak van voortzetting van de ondertoezichtstelling om verdere ondersteuning en begeleiding te waarborgen, mede gezien de beperkte mogelijkheden voor verslavingshulp vanwege de leeftijd van de minderjarige.
De moeder stemde in met het verzoek, terwijl de vader bezwaren had vanwege het gebrek aan communicatie over incidenten en twijfels over de effectiviteit van de ondertoezichtstelling. Desondanks achtte de kinderrechter op basis van de wettelijke criteria en de feiten de verlenging noodzakelijk en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot de meerderjarigheid van de minderjarige, te weten 9 februari 2025.