Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 10 juni 2024 de zaak tegen een minderjarige verdachte die werd verdacht van openlijke geweldpleging op 2 augustus 2021 tijdens een incident op de kermis in Hoek.
De officier van justitie en de verdediging waren het eens dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat de verdachte een wezenlijke bijdrage had geleverd aan het geweld. De verdachte ontkende stellig en verklaarde te hebben geprobeerd de situatie te sussen.
De verklaringen van medeverdachten verschilden op belangrijke punten over de rol van verdachte. De rechtbank concludeerde dat verdachte slechts had meegelopen met het groepje jongens en geen significante bijdrage aan het geweld had geleverd.
Gezien de forse overschrijding van de redelijke termijn en het ontbreken van bewijs sprak de rechtbank de verdachte vrij van het tenlastegelegde feit van openlijke geweldpleging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van een wezenlijke bijdrage aan openlijke geweldpleging.