Eiser heeft beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes omdat het college niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag op grond van de Wet open overheid (Woo). Het college bevestigde de ontvangst van de aanvraag op 11 januari 2024, waarna de beslistermijn van vier weken is verstreken zonder besluit.
Eiser stelde het college op 12 februari 2024 in gebreke en wachtte twee weken, waarna hij beroep instelde. De rechtbank verzocht het college meerdere malen om een verweerschrift, maar ontving geen reactie. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en draagt het college op binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank het college een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. De rechtbank stelt geen bestuurlijke dwangsom vast omdat de Woo de toepassing van de relevante Awb-dwangsomartikelen uitsluit en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.
Eiser wordt vrijgesteld van griffierecht vanwege zijn detentiesituatie en gebrek aan vermogen. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en bepaalt dat het college binnen de gestelde termijn alsnog moet beslissen.