Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De beslissing
geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 juni 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen een minderjarige verdachte die op 2 augustus 2021 openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een slachtoffer. De tenlastelegging betrof het slaan, stompen en/of schoppen van het slachtoffer. De rechtbank achtte dit feit wettig en overtuigend bewezen op basis van een bekennende verklaring van verdachte, aangifte van het slachtoffer en verklaringen van medeverdachten.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlasteleggingen die betrekking hadden op een tweede slachtoffer en het gebruik van een nepvuurwapen, omdat deze niet wettig en overtuigend waren bewezen. Verdachte had een beperkte rol en gaf slechts één klap aan het slachtoffer. De persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere strafbare feiten en een positief rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, werden meegewogen.
Vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn – de zaak had binnen 16 maanden afgerond moeten zijn maar duurde bijna drie jaar – en de positieve ontwikkeling van verdachte, vond de rechtbank het niet raadzaam om een straf of maatregel op te leggen. De rechtbank legde daarom een schuldigverklaring uit hoofde van artikel 9a Sr zonder strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard aan openlijke geweldpleging maar krijgt geen straf opgelegd wegens overschrijding redelijke termijn en positieve ontwikkeling.