Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De beslissing
geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen een minderjarige verdachte die op 2 augustus 2021 openlijk in vereniging geweld zou hebben gepleegd tegen twee slachtoffers. De zaak werd inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op 10 juni 2024.
De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens een forse overschrijding van de redelijke termijn van 16 maanden voor jeugdigen. De rechtbank constateerde dat de termijn ruim 34 maanden bedroeg zonder bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. Desondanks oordeelde de rechtbank dat deze overschrijding niet leidde tot niet-ontvankelijkheid, omdat het proces eerlijk kon plaatsvinden en het dossier overzichtelijk was.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte geweld had gebruikt tegen één slachtoffer, bestaande uit slaan, stompen en/of schoppen, maar sprak hem vrij van andere tenlastegelegde feiten zoals het dreigen met een nepvuurwapen en geweld tegen het tweede slachtoffer. De verdachte had een beperkte rol en was een first offender zonder eerdere veroordelingen.
Gezien de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zijn positieve ontwikkeling, en de forse termijnoverschrijding, besloot de rechtbank geen straf of maatregel op te leggen, maar wel een leerstraf te adviseren. De officier van justitie werd ontvankelijk verklaard en de verdachte werd schuldig bevonden aan openlijke geweldpleging zonder strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard aan openlijke geweldpleging maar er wordt geen straf of maatregel opgelegd vanwege de forse overschrijding van de redelijke termijn en zijn persoonlijke omstandigheden.