ECLI:NL:RBZWB:2024:4322
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde supermarktobject in Tilburg op basis van aankoopsom en vergelijkingsmethode
Belanghebbende, eigenaar van een supermarktobject in Tilburg, betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €4.333.000 per 1 januari 2022. Hij stelde een lagere waarde van €3.333.000 voor, met als argument dat de betaalde aankoopprijs van €4.850.000 niet marktconform zou zijn vanwege een vermeende druk op de zittende huurder.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van de wettelijke bepalingen uit de Wet WOZ, waarbij de waarde wordt bepaald op basis van de prijs die een meestbiedende koper zou betalen. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld via de vergelijkingsmethode, waarbij verkoopprijzen van vergelijkbare objecten rondom de waardepeildatum werden gebruikt.
De rechtbank stelde vast dat het aan belanghebbende was om aannemelijk te maken dat de aankoopprijs niet de werkelijke marktwaarde weerspiegelde. Dit is niet gelukt. De rechtbank vond de aankoopprijs marktconform en ondersteund door de vergelijkingsmethode met referentieobjecten in de regio. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €4.333.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag onroerendezaakbelasting blijft gehandhaafd.