ECLI:NL:RBZWB:2024:4329
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiser, werkzaam als heftruckchauffeur/productiemedewerker, viel uit wegens knieklachten en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend vanaf 1 juli 2021. Na een eerstejaarsbeoordeling stelde het UWV dat eiser in staat was passende arbeid te verrichten en beëindigde de uitkering per 13 september 2022 omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank beoordeelde de medische beperkingen aan de hand van rapporten van verzekeringsartsen en een verzekeringsarts bezwaar en beroep. Hoewel eiser in beroep psychische klachten aanvoerde, concludeerde de rechtbank dat deze klachten pas recent werden gemeld en onvoldoende onderbouwd waren met objectief medisch bewijs. De beperkingen aan knieën en rug waren wel vastgesteld, maar niet zodanig dat ze een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden.
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde dat eiser geschikt was voor functies als wikkelaar, productiemedewerker industrie en textielproductenmaker. De rechtbank vond geen aanleiding om aan deze functies te twijfelen. Op basis hiervan concludeerde de rechtbank dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de beëindiging van de Ziektewetuitkering terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 13 september 2022.