ECLI:NL:RBZWB:2024:4334

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 juni 2024
Publicatiedatum
25 juni 2024
Zaaknummer
C/02/423841 / JE RK 24-1168
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 800 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing spoedmachtiging uithuisplaatsing minderjarigen met spoedbehandeling gepland

De zaak betreft een verzoek van de GI tot een spoedmachtiging voor uithuisplaatsing van twee minderjarigen, onder toezicht gesteld sinds december 2022 en reeds geplaatst in een jeugdhulpvoorziening met meerdere verlengingen van de machtiging.

De GI verzocht om onmiddellijke machtiging zonder voorafgaand horen van belanghebbenden, vanwege het einde van de huur van de huidige locatie per 1 juli 2024 en de voorgenomen verhuizing naar een andere woongroep.

De kinderrechter oordeelt dat er geen onmiddellijk of ernstig gevaar is dat een spoedbeslissing zonder horen rechtvaardigt. De machtiging is geldig tot 16 december 2024 en de kinderen kunnen tot 5 juli 2024 op de huidige locatie blijven. Daarom wordt het spoedaspect afgewezen, maar de zaak wordt met spoed behandeld op 3 juli 2024.

De beschikking wijst het verzoek om zonder horen te beslissen af, stelt de mondelinge behandeling vast en regelt de oproeping van betrokkenen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: Het verzoek om zonder voorafgaand horen een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing te verlenen wordt afgewezen, met een spoedzitting gepland op 3 juli 2024.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/423841 / JE RK 24-1168
Datum uitspraak: 25 juni 2024
Beschikking van de kinderrechter over een spoeduithuisplaatsing
in de zaak van
LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen: de GI.
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] .
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedag 2] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 1] .
mr. D.J.A. BURLET, in haar hoedanigheid als de bijzondere curator over voornoemde minderjarigen,
hierna te noemen: de bijzondere curator,
kantoorhoudende te Oostburg.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het spoedverzoek met bijlagen van de GI van 25 juni 2024, ingekomen bij de griffie op 25 juni 2024.
2.
De feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
Bij beschikking van de kinderrechter van 16 december 2022 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 16 december 2022 en tot 16 december 2023. Tevens is een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gezinsvervangende omgeving, dan wel een voorziening voor pleegzorg met ingang van 16 december 2022 en tot 16 april 2023.
2.3.
Bij beschikking van 14 april 2023 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd met ingang van 16 april 2023 en tot 16 december 2023.
2.4.
Bij beschikking van 15 december 2023 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd met ingang van 16 december 2023 en tot 16 december 2024. Daarnaast is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend, te weten de [woongroep 1] te [plaats 1] , met ingang van 16 december 2023 en tot 16 februari 2024 onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek van de GI. Daarnaast is een bijzondere curator benoemd.
2.5.
Bij beschikking van 15 februari 2024 is de machtiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 16 april 2024, onder aanhouding van het restant van het verzoek.
2.6.
Bij beschikking van 5 april 2024 is de machtiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten de [woongroep 1] te [plaats 1] , verlengd tot 16 december 2024.
2.7.
Op grond van die beschikking verblijven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op de [woongroep 1] in [plaats 1] .
2.8.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de Syrische nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierbij de beschikking onverwijld af te geven zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden.
3.2.
Tevens verzoekt de GI, uitvoerbaar bij voorraad, aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 800, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking betreffende een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen aanstonds worden afgegeven, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarigen.
4.2.
De kinderrechter is van oordeel dat er geen sprake is van feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat een behandeling ter zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk of ernstig gevaar voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De kinderrechter stelt vast dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten de [woongroep 1] te [plaats 1] , is verlengd tot 16 december 2024. Uit het verzoekschrift van de GI volgt dat de huur van de locatie [woongroep 1] per 1 juli 2024 stopt, maar dat de kinderen tot en met 5 juli 2024 bij [woongroep 1] kunnen blijven om het schooljaar af te maken. Het is de bedoeling dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] na 5 juli 2024 naar [woongroep 2] in [plaats 2] zullen gaan.
4.3.
Gezien het bovenstaande ziet de kinderrechter geen noodzaak om nu meteen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen. Daarom zal de kinderrechter het spoedaspect van het verzoek van de GI afwijzen. Wel ziet de kinderrechter, gezien het feit dat de kinderen tot en met 5 juli 2024 bij [woongroep 1] kunnen blijven, aanleiding om het verzoek met spoed te behandelen op de mondelinge behandeling van 3 juli 2024 om 09.30 uur.
4.4.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
wijst af het verzoek om zonder voorafgaand horen van belanghebbenden te beslissen op het verzoek van de GI;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek van de GI aan tot de mondelinge behandeling van
3 juli 2024 om 09.30 uur, bij de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, Kousteensedijk 2, 4331 JE;
5.3.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor de GI, de bijzondere curator en de vader;
5.4.
bepaalt dat de moeder een afschrift van deze beschikking krijgt;
5.5.
bepaalt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] per aparte brief worden opgeroepen voor een gesprek met de kinderrechter;
5.6.
behoudt zich verder iedere beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2024, in aanwezigheid van mr. Vork als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.