Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor twee snelheidsovertredingen op de Rijksweg te Breda op 28 mei 2022, waarbij telkens 36 km per uur te hard werd gereden op een autosnelweg buiten de bebouwde kom. Betrokkene stelde dat het onmogelijk was twee gelijke boetes met enkele minuten verschil te ontvangen en verzocht om intrekking van één boete.
De officier van justitie verklaarde het beroep tegen de eerste boete ongegrond, maar vroeg de kantonrechter het beroep tegen deze boete alsnog gegrond te verklaren op grond van een aanvullend proces-verbaal waarin werd erkend dat deze boete foutief was opgelegd. De tweede boete werd door de officier van justitie gehandhaafd omdat de overtreding vaststond.
De kantonrechter oordeelde dat de eerste boete ten onrechte was opgelegd en vernietigde deze beslissing, met terugbetaling van het betaalde bedrag aan betrokkene. De tweede boete werd gehandhaafd omdat de overtreding voldoende was bewezen en niet werd betwist. Het beroep tegen deze boete werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Eén boete wordt vernietigd en terugbetaald, de andere boete wordt gehandhaafd en het beroep daarop ongegrond verklaard.