Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder dat de gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar was. Betrokkene voerde aan dat hij zijn invalide broer had vervoerd en dat de kaart aanwezig was, maar bij terugkomst op de grond lag. De kantonrechter constateerde dat de gedraging vaststond en dat het verweer onvoldoende onderbouwd was, aangezien geen kopie van de kaart was overgelegd.
De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd en zag geen reden om deze te matigen. Ook werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan in afwezigheid van betrokkene en zijn gemachtigde.
De procedure verliep op basis van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, mits aan de voorwaarden wordt voldaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.