ECLI:NL:RBZWB:2024:4362
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens niet tijdig beslissen omgevingsvergunning
In deze bestuursrechtelijke zaak verzocht de eiser om een voorlopige voorziening vanwege het niet tijdig bekendmaken van een omgevingsvergunning die van rechtswege zou zijn verleend. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en oordeelde dat het verzoek kennelijk ongegrond was.
De rechtbank stelde vast dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda nog niet verplicht was om een besluit te nemen omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor was het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en ontbrak het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening.
Op grond hiervan wees de voorzieningenrechter het verzoek af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding en is gedaan op 27 juni 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wegens niet tijdig beslissen wordt afgewezen omdat de beslistermijn nog niet is verstreken en er geen spoedeisend belang is.