Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor rechts inhalen op de Randweg Noord te Bergen op Zoom op 10 maart 2022. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Op de zitting van 23 mei 2024 verscheen de zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie, terwijl betrokkene niet aanwezig was. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging waarvoor de boete werd opgelegd vaststaat en niet werd betwist. Wel werd geoordeeld dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen, wat een matiging van 25% rechtvaardigt.
Daarnaast was de redelijke termijn van berechting overschreden, aangezien de boete op 10 maart 2022 werd opgelegd en de procedure meer dan twee jaar duurde. Dit leidde tot een extra matiging van 25%. De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, matigde de boete en beval terugbetaling van teveel betaalde zekerheid.