Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het parkeren van een voertuig buiten een parkeervak op de Grote Markt te Bergen op Zoom op 24 december 2021, tijdens de coronamaatregelen. Betrokkene voerde aan dat hij als bezorger werkte en een ontheffing had vanwege de omstandigheden, onderbouwd met een e-mail. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde anders.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging, het parkeren buiten het parkeervak, voldoende vaststond op basis van de verklaring van de verbalisant. Desondanks achtte de rechter de ontheffing aannemelijk en vond dat de boete daarom gematigd moest worden. Tevens werd een schending van de hoorplicht en een overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld.
De boete werd gematigd tot nihil, de officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen en een vergoeding van €75,39 aan betrokkene toegekend voor de verletkosten. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete voor parkeren buiten het parkeervak is gematigd tot nihil vanwege de aannemelijke ontheffing en termijnoverschrijding.