ECLI:NL:RBZWB:2024:4386
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- D. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning carport wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een carport. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting en stelt vast dat het verzoek kennelijk ongegrond is.
De vergunninghouder heeft schriftelijk verklaard geen gebruik te zullen maken van de vergunning zolang de bezwaarprocedure loopt en pas te willen bouwen als er duidelijkheid is over de vergunning. Verzoekers hebben hierop niet gereageerd ondanks meerdere termijnen. Hierdoor ontbreekt het aan het vereiste spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.