ECLI:NL:RBZWB:2024:4393
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verwijdering woonboot zonder ligplaatsvergunning
Verzoeker is eigenaar van een woonboot die zonder geldige ligplaatsvergunning aan de [adres] te [plaats 2] ligt. Na een gedeeltelijke zinking in januari 2023 werd de ligplaatsvergunning ingetrokken. Verzoeker wilde de woonboot slopen en vernieuwen, maar kon door gezondheidsproblemen niet tijdig een omgevingsvergunning aanvragen.
Het college legde een last onder dwangsom en later een last onder bestuursdwang op om de woonboot te verwijderen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om verwijdering op 26 juni 2024 te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van het college bij handhaving zwaarder weegt dan het belang van verzoeker.
De voorzieningenrechter nam mee dat verzoeker al geruime tijd op de hoogte was van de handhaving en onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Ook is het college gebonden aan een beginselplicht tot handhaving. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, en de woonboot mag worden verwijderd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen verwijdering van de woonboot zonder ligplaatsvergunning is afgewezen.