Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2024:4407

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 juni 2024
Publicatiedatum
27 juni 2024
Zaaknummer
10967273 AZ VERZ 24-8 (T)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Haags RechtsvorderingsverdragArt. 21 lid 1 sub a onder i Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 8 lid 1 en 2 Verordening (EU) 593/2008Art. 224 lid 1 en 2 RvArt. 110 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kantonrechter en toepasselijk recht bij arbeidsovereenkomst met buitenlandse werkgever

In deze zaak verzoekt een werknemer de vernietiging van zijn ontslag op staande voet en diverse loonvorderingen. De verweersters, een Kroatisch bedrijf en een Nederlandse vennootschap, vragen zekerheidstelling voor proceskosten en betwisten de bevoegdheid van de Nederlandse kantonrechter.

De kantonrechter beoordeelt eerst het incident over zekerheidstelling. De werknemer heeft voldoende bewijs geleverd dat hij woonplaats heeft in een ander land dat partij is bij het Haags Rechtsvorderingsverdrag, waardoor hij vrijgesteld is van zekerheidstelling. Vervolgens oordeelt de kantonrechter zich bevoegd op grond van Brussel I-bis, omdat de werknemer zijn werkzaamheden gewoonlijk vanuit Nederland verrichtte, ondanks de buitenlandse werkgever.

Ten slotte bepaalt de kantonrechter dat op de arbeidsovereenkomst Nederlands recht van toepassing is, omdat de feitelijke arbeidsplaats Nederland is en de werknemer daardoor de bescherming van Nederlands arbeidsrecht behoudt. De hoofdzaak wordt mondeling behandeld op 31 juli 2024. De beslissing over proceskosten wordt aangehouden tot de einduitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot zekerheidstelling afgewezen; kantonrechter verklaart zich bevoegd en stelt Nederlands recht toepasselijk.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer / rekestnummer: 10967273 \ AZ VERZ 24-8
Beschikking van 10 juni 2024
[verzoeker],
te [plaats] ( [land] ),
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. K.K.A. Aaron-de Bies,
tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
TRUST PROJECT SERVICES D.O.O., T.H.O.D.N. TRUST SUBCONTRACTING D.O.O.,
te Rijeka (Kroatië),
hierna te noemen: Trust Kroatië,
2.
TRUST PROJECT SERVICES NL B.V.,
te Roosendaal,
hierna te noemen: Trust Nederland,
verwerende partijen,
gemachtigde: mr. S.A.A.Chr. van Gassen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 29 februari 2024 ingekomen verzoekschrift met producties 1 t/m 11;
- het verweerschrift van Trust Kroatië, tevens houdende incidenteel verzoek tot het stellen van zekerheid ex artikel 224 Rv Pro en incidentele exceptie van relatieve onbevoegdheid ex artikel 110 Rv Pro;
- het verweerschrift van Trust Nederland, tevens houdende incidenteel verzoek tot het stellen van zekerheid ex artikel 224 Rv Pro;
- het verweerschrift in het incident inclusief producties.
1.2
Vervolgens is beschikking in het incident bepaald op vandaag.

2.Het verzoek en het verweer

In de hoofdzaak
2.1
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair- vernietiging van de opzegging c.q. het gegeven ontslag op staande voet;
en verweerders hoofdelijk te veroordelen tot:
- toelating van [verzoeker] op de werkvloer en tot (door)betaling van het verschuldigde salaris van € 1.995,- bruto per maand, vanaf 3 januari 2024, vermeerderd met alle emolumenten waaronder vakantietoeslag;
- het toelaten van [verzoeker] tot het appartement aan de [adres] , dan wel enig ander appartement c.q. woonhuis in de omgeving, totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd;
- het in het geding brengen van de salarisspecificaties van 12 januari 2023 tot en met
3 januari 2024;
- betaling van achterstallig salaris vermeerderd met vakantietoeslag, de wettelijke verhoging en wettelijke rente;
- betaling van buitengerechtelijke incassokosten,
- betaling van de proceskosten.
Subsidiair (voor het geval [verzoeker] besluit te switchen)
- betaling van een billijke vergoeding ter hoogte van € 5.985,-, vermeerderd met vakantietoeslag;
- betaling van de wettelijke transitievergoeding van € 703,61;
- betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 1.995,- vermeerderd met 8% vakantietoeslag;
- het in het geding brengen van de salarisspecificaties van 12 januari 2023 tot en met
3 januari 2024;
- betaling van achterstallig salaris vermeerderd met vakantietoeslag, de wettelijke verhoging en wettelijke rente;
- betaling van buitengerechtelijke incassokosten,
- betaling van de proceskosten.
Meer subsidiair
- betaling van de wettelijke transitievergoeding van € 703,61;
- betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 1.995,- vermeerderd met 8% vakantietoeslag;
- het in het geding brengen van de salarisspecificaties van 12 januari 2023 tot en met
3 januari 2024;
- betaling van achterstallig salaris vermeerderd met vakantietoeslag, de wettelijke verhoging en wettelijke rente;
- betaling van buitengerechtelijke incassokosten,
- betaling van de proceskosten.
In het incident
2.2
Trust Kroatië en Trust Nederland hebben de kantonrechter verzocht [verzoeker] te veroordelen tot het stellen van zekerheid tot een bedrag van € 2.436,- voor een eventuele proceskostenveroordeling, door middel van overmaking van dit bedrag op de derdengeldenrekening van de gemachtigde van [verzoeker] , mr. K.A.A. Aaron-de Bies, althans door storting van dit bedrag op de kwaliteitsrekening van een in Nederland ingeschreven notaris.
2.3
Ter onderbouwing van dit verzoek stellen Trust Kroatië en Trust Nederland dat [verzoeker] geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft, zodat hij op grond van artikel 224 Rv Pro verplicht is zekerheid te stellen voor de proceskosten. De uitzonderingen die de wet daarop maakt, doen zich in dit geval volgens Trust Kroatië en Trust Nederland niet voor.
2.4
Trust Kroatië heeft de kantonrechter verder verzocht zich onbevoegd te verklaren, althans de zaak te verwijzen naar de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam. Zij stelt daartoe dat Trust Kroatië de feitelijk en juridisch werkgever van [verzoeker] is en dat [verzoeker] Trust Nederland ten onrechte in het geding heeft betrokken. [verzoeker] dient zich tegen zijn werkgever te wenden tot het forum van de woonplaats van werkgever, dan wel dat van de vestiging van indienstneming. [verzoeker] is in Kroatië ontslagen op het moment dat hij al lang niet meer in Nederland werkte. Het ontslag dient om die reden op basis van Kroatisch recht te worden beoordeeld en de Nederlandse rechter is onbevoegd om van dit geding kennis te nemen. Voor zover [verzoeker] al in Nederland kan procederen, is hij op grond van artikel 100 Rv Pro gebonden aan het forum van de laatste ‘gewone werkplek’. Die werkplek betrof een project van Trust Litouwen op de [locatie] in Rotterdam.
2.5
[verzoeker] voert verweer tegen de incidentele vorderingen. Zijn stellingen zullen, voor zover van belang, hierna in de beoordeling aan de orde komen.

3.De beoordeling

In het incident
Geen zekerheidstelling
3.1
Op grond van artikel 224 lid 1 Rv Pro zijn allen zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland die een vordering bij een Nederlandse rechter instellen, verplicht op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarin zij veroordeeld zouden kunnen worden. In lid 2 van voormeld wetsartikel is aangegeven in welke uitzonderingsgevallen er geen verplichting tot het stellen van zekerheid bestaat. De uitzonderingsgronden betreffen, kort gezegd, (a) dat het stellen van zekerheid verboden is door internationaal recht, (b) dat een proceskostenveroordeling executabel is in het woonland van eiser, (c) dat het redelijkerwijs aannemelijk is dat een proceskostenveroordeling in Nederland kan worden geëxecuteerd en (d) dat het stellen van zekerheid een effectieve toegang tot de rechter zou belemmeren.
3.2
[verzoeker] stelt dat sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 224 lid 2 onder Pro a Rv en beroept zich daarbij op artikel 17 van Pro het Verdrag betreffende Burgerlijke Rechtsvordering 1954 (hierna: het Haags Rechtsvorderingsverdrag). In dat artikel is bepaald dat aan onderdanen van verdragsluitende staten die in één van die staten hun domicilie hebben, geen zekerheidstelling kan worden opgelegd op grond van hun hoedanigheid van vreemdeling of op grond van gemis van domicilie of verblijfplaats in het land, wanneer zij als eiser voor de rechtbank van een andere verdragsluitende staat optreden.
3.3
Tussen partijen is in geschil of [verzoeker] al dan niet zijn woon- of gewone verblijfplaats in [plaats] , [land] heeft. Door middel van de overgelegde salarisstroken en een zeer recente brief (d.d. 17 mei 2024) van zijn telefoonprovider, heeft [verzoeker] naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aangetoond dat dit het geval is. Aangezien zowel [land] als Nederland partij zijn bij het Haags Rechtsvorderingsverdrag, is [verzoeker] op grond van dit verdrag in verbinding met artikel 224 lid 2 onder Pro a Rv vrijgesteld van de verplichting tot het stellen van zekerheid. Het verweer van [verzoeker] slaagt. De vordering tot het stellen van zekerheid zal daarom worden afgewezen.
Bevoegdheid kantonrechter
3.4
In artikel 21 lid 1 sub a onder Pro i van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 (hierna: Brussel I-bis), is bepaald dat de werkgever met woonplaats in een lidstaat kan worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar of van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt of voor het gerecht van de laatste plaats waar of van waaruit hij gewoonlijk heeft gewerkt.
3.5
De kantonrechter oordeelt zich bevoegd om van onderhavige zaak kennis te nemen, omdat [verzoeker] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij de uitvoering van zijn (project)werkzaamheden op meerdere plaatsen heeft gewerkt, maar hij werd aangestuurd vanaf het kantoor in Moerdijk, hij haalde daar als chauffeur collega’s op en hij verrichtte daar op kantoor ook geregeld werkzaamheden. Dat het laatste project waarin [verzoeker] aan het werk zou zijn op de [locatie] te Rotterdam was, doet daaraan niet af. Dat betekent namelijk nog niet zonder meer dat dat de locatie was waar hij gewoonlijk zijn werkzaamheden verrichtte. Daarbij is vooralsnog niet relevant welke vennootschap als werkgever van [verzoeker] dient te worden aangemerkt. Zowel Trust Nederland als Trust Kroatië zijn immers in een lidstaat gevestigd.
3.6
Het aan de orde zijnde forumkeuzebeding kan evenmin tot een ander oordeel leiden. Het staat vast dat genoemd forumkeuzebeding is overeengekomen voorafgaand aan onderhavig geschil en daarmee niet voldoet aan de voorwaarde zoals vermeld in artikel 23 lid 1 Brussel Pro I-bis.
Toepasselijk recht
3.7
De vraag welk recht op onderhavige arbeidsovereenkomst van toepassing is, moet worden beantwoord aan de hand van de Verordening (EU) 593/2008 (Rome I). In artikel 8 lid 1 is Pro bepaald dat een individuele arbeidsovereenkomst wordt beheerst door het recht dat partijen overeenkomstig artikel 3 hebben Pro gekozen (in dit geval Kroatisch recht), maar dat deze keuze er niet toe mag leiden dat de werknemer de bescherming verliest welke hij geniet op grond van de bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken op het recht dat overeenkomstig de leden 2, 3 en 4 van dit artikel toepasselijk zou zijn geweest bij gebreke van een rechtskeuze. Artikel 8 lid 2 bepaalt Pro dat een overeenkomst wordt beheerst door het recht van het land waar of, bij gebreke daarvan, van waaruit de werknemer ter uitvoering van de overeenkomst gewoonlijk zijn arbeid verricht. Zoals hiervoor in 3.5 is overwogen, moet Nederland worden aangemerkt als het land van waaruit [verzoeker] zijn werkzaamheden gewoonlijk verricht(te). Op grond van artikel 8 lid 2 Rome Pro I is Nederlands recht dus van toepassing.
3.8
De kantonrechter houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de eindbeschikking in de hoofdzaak.
In de hoofdzaak
3.9
Zoals hierna wordt vermeld, zal in de hoofdzaak een mondelinge behandeling worden gepland. De kantonrechter zal het verzoek mondeling behandelen op de zitting van woensdag 31 juli 2024 om 14.00 uur. De zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Bergen op Zoom, Zuid-Oostsingel 41. De rechter die de zaak zal behandelen is mr. C. Kool. De kantonrechter wijst partijen op wat is aangegeven in de brief van de rechtbank van 19 maart 2024.
3.1
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

De kantonrechter
In het incident
wijst de verzoeken af;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de eindbeschikking in de hoofdzaak;
In de hoofdzaak
Bepaalt dat de zaak mondeling zal worden behandeld op de zitting van
woensdag 31 juli 2024 om 14.00 uurin het gerechtsgebouw te Bergen op Zoom;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.