De zaak betreft een verzoek van de Stichting Jeugdbescherming Brabant tot machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen, geboren in 2009, 2012 en 2014, die momenteel onder toezicht staan van de GI tot januari 2025. De kinderen verblijven met hun moeder bij de grootouders, maar vanwege de complexe thuissituatie, de zorgbehoefte van de kinderen en de beperkte draagkracht van de grootouders, is een uithuisplaatsing noodzakelijk.
Tijdens de procedure is gebleken dat de moeder niet langer bij de grootouders kan blijven wonen vanwege woningbouwrestricties. De GI heeft meerdere alternatieven onderzocht, waaronder netwerkplaatsingen bij familieleden. De tante van de kinderen heeft zich bereid verklaard om één kind op te nemen en heeft een uitgebreid plan opgesteld voor de benodigde zorg en begeleiding. De grootouders zijn bereid de andere twee kinderen op te nemen met extra hulpverlening.
De moeder stemt in met het gewijzigde verzoek tot uithuisplaatsing in een pleeggezin en werkt mee aan het verkrijgen van eigen woonruimte. De kinderrechter acht de machtiging noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen, zodat zij de benodigde zorg en behandeling kunnen ontvangen. De beschikking wordt verleend met onmiddellijke ingang en is uitvoerbaar bij voorraad.