ECLI:NL:RBZWB:2024:4438
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Bogaert
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige tot meerderjarigheid
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige tot haar meerderjarigheid. De minderjarige heeft gedragsproblemen en middelengebruik, verblijft in een gezinshuis en volgt een klinische behandeling bij een GGZ-instelling. De vader en moeder zijn belanghebbenden, waarbij de vader geen face-to-face contact heeft met de minderjarige sinds juni 2023.
De kinderrechter heeft de mondelinge behandeling op 22 mei 2024 gehouden waarbij de vader en moeder niet verschenen, maar de vader zijn standpunt per e-mail kenbaar maakte. De gecertificeerde instelling motiveert de verlenging met het belang van een stabiele woonplek, voortzetting van de behandeling en monitoring van de ontwikkeling van de minderjarige.
De kinderrechter oordeelt dat de doelstellingen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn behaald, de minderjarige een stabiele en veilige woonplek heeft in het gezinshuis, en dat de klinische behandeling recent is gestart. De verlenging is noodzakelijk voor haar verzorging, opvoeding en geestelijke gezondheid. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de verlenging geldt tot de meerderjarigheid van de minderjarige.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd tot haar meerderjarigheid.