Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 27 mei 2024 een verzoek van de officier van justitie behandeld tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Betrokkene wordt sinds 23 mei 2024 klinisch opgenomen vanwege een vermoedelijke psychische stoornis en dreigend ernstig nadeel.
Tijdens de mondelinge behandeling waren betrokkene, zijn advocaat en zorgverleners aanwezig. Betrokkene ontkent de psychische stoornis en het ernstig nadeel en wil ontslag om terug te keren naar zijn woning en familie. De zorgverleners rapporteren echter verward gedrag, vervuilde woning, risicovolle acties en onvoldoende stabilisatie. De advocaat erkent formeel de minimale wettelijke vereisten maar betoogt dat voortzetting leidt tot verslechtering.
De rechtbank stelt vast dat er een vermoeden bestaat van schizofreniespectrumstoornis en verslavingsproblemen, en dat er onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is zoals levensgevaar, agressie en materiële schade. De voorgestelde verplichte zorgvormen zijn noodzakelijk, evenredig en effectief om het nadeel af te wenden. Minder bezwarende alternatieven ontbreken.
De rechtbank verleent daarom de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de gevraagde zorgvormen tot en met 17 juni 2024, wijst het overige verzoek af en wijst betrokkene's verzet af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 17 juni 2024.