ECLI:NL:RBZWB:2024:4450
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Struijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot zorgmachtiging wegens onduidelijkheid verblijf en onvoldoende bewijs ernstig nadeel
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 14 juni 2024 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die momenteel zonder bekende verblijfplaats is.
Betrokkene was niet verschenen op de zitting en gaf via een zorgverlener aan geen contact te wensen en geen zorgmachtiging nodig te vinden. De advocaat van betrokkene pleitte namens haar voor afwijzing van het verzoek, onder meer omdat de onafhankelijke psychiater betrokkene niet persoonlijk heeft kunnen spreken en er onvoldoende aanwijzingen zijn voor concreet ernstig nadeel.
De rechtbank stelde vast dat de onafhankelijke psychiater alles had gedaan om betrokkene te onderzoeken, maar dit niet mogelijk was door haar eigen handelen. Ook het verblijf van betrokkene buiten Nederland maakte uitvoering van een zorgmachtiging onwaarschijnlijk binnen de wettelijke termijn.
Op grond van deze omstandigheden en het ontbreken van voldoende bewijs van ernstig nadeel wees de rechtbank het verzoek tot zorgmachtiging af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ernstig nadeel en onmogelijkheid tot uitvoering.