Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 juni 2024 een opvolgende rechterlijke machtiging verleend aan het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor de opname en het verblijf van een cliënt met Alzheimer dementie. De cliënt verblijft sinds 2021 in een zorgaccommodatie en vertoont momenten van verzet tegen de opname, ondanks dat zij ook aangeeft het verblijf prettig te vinden en deel te nemen aan activiteiten.
De zorgcoördinator verklaarde dat de cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening met ernstige gevolgen, waaronder desoriëntatie, geheugenstoornissen, valpartijen en agressief gedrag. De opname is noodzakelijk om ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang te voorkomen. Minder ingrijpende maatregelen zijn niet beschikbaar.
Tijdens de mondelinge behandeling bevestigde de cliënt dat zij goed wordt verzorgd en activiteiten onderneemt, maar zij uitte ook haar wens om naar huis te gaan. De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke criteria van artikel 24 Wzd Pro is voldaan en verleende de machtiging voor een periode van drie jaar, tot uiterlijk 11 juni 2027.
Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor drie jaar.