Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Zeeland-West-Brabant om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, vermoedelijk vasculaire dementie. De cliënt verblijft sinds 2021 vrijwillig in een zorgaccommodatie, maar vertoont risicovol gedrag, zoals het verlaten van de locatie zonder begeleiding en het gebruik van alcohol.
Tijdens de mondelinge behandeling op 11 juni 2024 werden meerdere betrokkenen gehoord, waaronder de cliënt, zijn echtgenote, verzorgenden en een specialist ouderengeneeskunde. De cliënt gaf wisselende antwoorden en toonde soms onsamenhangend gedrag en verzet tegen de opname. De verzorgenden en specialist bevestigden het ernstig nadeel door de aandoening, waaronder lichamelijk letsel en agressie.
De rechtbank oordeelde dat de opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen en dat geen minder ingrijpende maatregelen beschikbaar zijn. Gezien het verzet van de cliënt is voldaan aan de criteria van de Wet zorg en dwang (Wzd). De machtiging wordt daarom voor zes maanden verleend, tot uiterlijk 11 december 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel en verzet van cliënt.