ECLI:NL:RBZWB:2024:4462

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 juni 2024
Publicatiedatum
28 juni 2024
Zaaknummer
C/02/422896 / FA RK 24/2444
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Jong
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 25 WzdArt. 26 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie en verzet cliënt

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Zeeland-West-Brabant om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, vermoedelijk vasculaire dementie. De cliënt verblijft sinds 2021 vrijwillig in een zorgaccommodatie, maar vertoont risicovol gedrag, zoals het verlaten van de locatie zonder begeleiding en het gebruik van alcohol.

Tijdens de mondelinge behandeling op 11 juni 2024 werden meerdere betrokkenen gehoord, waaronder de cliënt, zijn echtgenote, verzorgenden en een specialist ouderengeneeskunde. De cliënt gaf wisselende antwoorden en toonde soms onsamenhangend gedrag en verzet tegen de opname. De verzorgenden en specialist bevestigden het ernstig nadeel door de aandoening, waaronder lichamelijk letsel en agressie.

De rechtbank oordeelde dat de opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen en dat geen minder ingrijpende maatregelen beschikbaar zijn. Gezien het verzet van de cliënt is voldaan aan de criteria van de Wet zorg en dwang (Wzd). De machtiging wordt daarom voor zes maanden verleend, tot uiterlijk 11 december 2024.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel en verzet van cliënt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/422896 / FA RK 24/2444
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
Beschikking van 11 juni 2024van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in
artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt],
geboren op [geboortedag] 1942 te [geboorteplaats] ,
wonende [woonadres] ,
thans verblijvende te [plaats] , [locatie] , [afdeling] ,
[adres] ,
hierna te noemen: cliënt,
advocaat: mr. G.J. Woodrow.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 mei 2024.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de aanvraag van 13 mei 2024;
- de medische verklaring van 28 mei 2024;
- het zorgplan actief van 27 mei 2024;
- het indicatiebesluit van 12 maart 2020.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 juni 2024, in de hierboven genoemde accommodatie.
1.3
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [naam 1] , teamcoach;
- mevrouw [naam 2] , verzorgende/eerst verantwoordelijke;
- mevrouw [naam 3] , verzorgende;
- mevrouw [naam 4] , echtgenote van cliënt;
- mevrouw [naam 5] , stiefdochter van cliënt;
Tevens was bij de mondelinge behandeling via een telefonische verbinding aanwezig
[naam 6] , specialist ouderengeneeskunde.
De echtgenote en de stiefdochter van cliënt zijn opgeroepen om te worden gehoord, nu zij op grond van het ten aanzien van cliënt geldende levenstestament gevolmachtigd zijn om namens hem, ten aanzien van bepaalde in het levenstestament genoemde bevoegdheden, rechtshandelingen te verrichten. Deze volmacht geldt niet voor medische zaken. Daarvoor geldt de echtgenote van cliënt en in haar plaats als overblijvende opvolgend gevolmachtigden [dochter 1] en [dochter 2] , beiden dochters van cliënt. Ten aanzien van genoemde dochters is de rechtbank uit de beschikbare actuele gegevens gebleken dat wegens het geringe contact van hen met cliënt er van beperkte betrokkenheid en bekendheid met zijn situatie sprake is. De rechtbank heeft daarin aanleiding gezien om hen niet alsnog mede op te roepen voor de mondelinge behandeling van het onderhavige verzoek.

2.Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor cliënt te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.Standpunten

3.1
Cliënt antwoordt op de vraag van de behandelend rechter hoe het met hem gaat “redelijk goed”. Over zijn verblijf in de zorgaccommodatie merkt hij vervolgens op dat hij dit “schitterend” vindt. Wanneer zijn echtgenote hem vraagt eerlijk te antwoorden geeft hij aan dat hij dit soms ook als chaotisch ervaart. Bij verdere vragen antwoordt cliënt steeds dat die aan zijn vrouw moeten worden gesteld, die ook aanwezig is. Cliënt staart in de ruimte en toont verder continu een vrolijke gezichtsuitdrukking. Hij reageert af en toe op onsamenhangende wijze op personen in de hoorruimte.
3.2
De verzorgende/eerst verantwoordelijke brengt naar voren dat ten aanzien van cliënt op 12 maart 2020 een WLZ indicatie is afgegeven voor Beschermd wonen met intensieve dementiezorg. Cliënt verblijft sinds 2021 in de locatie [locatie] te [plaats] . Feitelijk was/is sprake van een vrijwillige opname, waardoor cliënt over de mogelijkheid beschikt(e) om zich vrijelijk in en buiten de zorgaccommodatie te bewegen. Aanvankelijk kon cliënt met behulp van zijn scoot mobiel zijn echtgenote bezoeken. Naar is gebleken kocht cliënt dan bij een nabij gelegen supermarkt alcoholhoudende drank. Dit is een tijd lang goed verlopen. Vervolgens werd echter gezien dat cliënt met zijn scoot mobiel in het dagelijks verkeer zeer risicovol gedrag vertoonde voor zichzelf en voor anderen. Daarop is zijn scoot mobiel ingenomen. Cliënt beschikt nu alleen nog over een rolstoel en een rollator. Daarmee kan hij zich slechts beperkt voortbewegen. Wel duidt een meer recente vondst van lege bierblikjes erop dat door hem nog steeds alcoholhoudende drank wordt gebruikt. Wel lijkt dit te verminderen, met name sinds zijn echtgenote in de gelegenheid is hem vaker in de zorgaccommodatie te bezoeken. Dit neemt niet weg dat cliënt vorige week zonder jas en op zijn pantoffels eigener beweging naar buiten is gegaan. Aangenomen wordt dat hij op dat moment naar zijn echtgenote wilde gaan. Op het moment dat de begeleiding trachtte hem terug naar de zorgaccommodatie te leiden vertoonde cliënt naar de begeleiders boos, fysiek agressief en tevens dreigend gedrag. Met de door hem op die bewuste momenten getoonde weerstand laat cliënt zien zich te verzetten tegen de huidige opname en het verblijf. Het voorliggend verzoek wordt om die reden door haar ondersteund.
3.3
De teamcoach, de verzorgende en de specialist ouderengeneeskunde sluiten zich aan bij hetgeen door de verzorgende/eerst verantwoordelijke naar voren is gebracht.
3.4
De echtgenote van cliënt merkt op dat zij door het besprokene tijdens de mondelinge behandeling beter van de situatie van cliënt op de hoogte is geraakt. Zij wil ook graag in de toekomst daarover geïnformeerd blijven worden. Ten slotte benadrukt zij dat zij geen alcohol houdende drank koopt voor cliënt.
3.5
De stiefdochter merkt op dat zij het voorliggend verzoek begrijpt. Verder onthoudt zij zich om haar moverende redenen van verdere opmerkingen.
3.6
De advocaat van cliënt voert aan dat op grond van de inhoud van de onderliggende stukken en het besprokene tijdens de mondelinge behandeling het hem voorkomt dat aan de wettelijke vereisten voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wordt voldaan. Met deze toelichting wenst hij zich ten aanzien van het voorliggend verzoek te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

4.Beoordeling

4.1
Uit de overgelegde stukken en het behandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening gepaard gaand met een psychische stoornis, te weten dementie, waarschijnlijk vasculair.
4.2
Deze psychogeriatrische aandoening die gepaard gaat met een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
4.3
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
4.4
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
4.5
Gebleken is dat cliënt regelmatig momenten heeft, waarop hij probeert met de hem beschikbare mobiele hulpmiddelen eigener beweging de zorgaccommodatie te verlaten. Wanneer de begeleiding probeert hem daarin tegen te houden stuit dit op heftig verbale en fysieke weerstand bij cliënt. Gelet daarop dient het ervoor te worden gehouden dat hij zich tegen een opname en verblijf in de zorgaccommodatie verzet.
4.6
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

5.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van:
[cliënt], geboren op [geboortedag] 1942 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 11 december 2024.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. De Jong, rechter en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2024 in tegenwoordigheid van Baremans als griffier, en op 18 juni 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.