Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
- een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2014 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 89.524. Gelijktijdig met de navorderingsaanslag is een vergrijpboete opgelegd van € 12.411 en is belastingrente van € 6.206 in rekening gebracht (zaaknummer 23/1090);
- een navorderingsaanslag in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringwet (Zvw) voor het jaar 2014 naar een bijdrage-inkomen van € 37.351. Daarbij is € 315 belastingrente in rekening gebracht (zaaknummer 23/1091);
- een aanslag IB/PVV voor het jaar 2015 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 108.004. Daarbij is € 405 belastingrente in rekening gebracht (zaaknummer 23/1092);
- een aanslag Zvw voor het jaar 2015 naar een bijdrage-inkomen van € 37.783. Daarbij is € 2 belastingrente in rekening gebracht (zaaknummer 23/1093);
- een aanslag IB/PVV voor het jaar 2016 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 98.969 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 6.576. Gelijktijdig met de aanslag is een vergrijpboete opgelegd van € 14.349 en is belastingrente in rekening gebracht van € 4.600 (zaaknummer 23/1095);
- een aanslag Zvw voor het jaar 2016 naar een maximum bijdrage-inkomen van € 38.214. De in rekening gebrachte belastingrente bedraagt € 34 (zaaknummer 23/1097);
- een aanslag IB/PVV voor het jaar 2017 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 58.883 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 20.570. Gelijktijdig met de aanslag is een vergrijpboete opgelegd van € 8.709 en belastingrente in rekening gebracht van € 1.484 (zaaknummer 23/1098);
- een aanslag Zvw 2017 naar een maximum bijdrage-inkomen van € 38.947. Daarbij is € 124 belastingrente in rekening gebracht (zaaknummer 23/1100).