Uitspraak
[belanghebbende] uit [plaats], belanghebbende,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Overwegingen
Beslissing” over de proceskostenveroordeling moet dus zijn:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 1 juli 2024 een hersteluitspraak gedaan ter verbetering van haar eerdere uitspraak van 24 juni 2024 in een belastingrechtelijke zaak. De correctie betreft een fout in de berekening van de proceskostenvergoeding.
In de oorspronkelijke uitspraak was ten onrechte vermeld dat de vergoeding €209,25 bedroeg en te betalen was door de heffingsambtenaar. De rechtbank stelt vast dat de juiste vergoeding €219 bedraagt en dat deze door de Staat der Nederlanden moet worden betaald.
De rechtbank motiveert de verbetering door te stellen dat de fout redelijkerwijs kenbaar was voor partijen, waardoor de verbetering zonder rechtsmiddel kan worden doorgevoerd. De hersteluitspraak verandert niets aan de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.
De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig, in aanwezigheid van griffier I. Zouhaïr, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De griffier kon de uitspraak niet ondertekenen. Een afschrift is aan partijen verzonden.
Uitkomst: De rechtbank corrigeert de proceskostenvergoeding naar €219, te betalen door de Staat der Nederlanden.