ECLI:NL:RBZWB:2024:4497
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen verzuimboete inkomstenbelasting 2019
Belanghebbende werd uitgenodigd, herinnerd en aangemaand om de aangifte inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen (IB/PVV) over 2019 te doen. Ondanks deze aanmaningen werd de aangifte pas op 14 januari 2021 ingediend, ruim na de uiterste datum van 9 december 2020.
De inspecteur legde daarom een verzuimboete van €385 op, zijnde 7% van het wettelijk maximum. Belanghebbende betoogde afwezigheid van alle schuld (avas) vanwege langdurige ziekte en burn-out, en de ziekte van haar boekhouder. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij alles redelijkerwijs kon doen om tijdig aan haar fiscale verplichtingen te voldoen, mede omdat zij geen uitstel had gevraagd.
De rechtbank vond de boete passend en geboden, mede omdat belanghebbende de boete reeds had voldaan en zij financieel in staat was dit te doen. Hoewel de behandeling van de zaak ruim een jaar langer duurde dan de redelijke termijn, was de boete lager dan €1.000 en werd de verdragsschending als voldoende gecompenseerd beschouwd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de verzuimboete blijft in stand en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete van €385 wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.