ECLI:NL:RBZWB:2024:4503
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- Römers
- Tempel
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen kinderrechter wegens vermeende schijn van partijdigheid afgewezen
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kinderrechter mr. Van Triest in twee lopende hoofdzaken, stellende dat de rechter de schijn van partijdigheid wekte door haar slechts twee weken voor de eerste zitting uit te nodigen. Volgens haar belemmerde dit de mogelijkheid om tijdig een advocaat te vinden en bijstand te verkrijgen.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. De kamer oordeelde dat de procesbeslissing van de rechter om de oproeping kort voor de zitting te doen geen blijk gaf van vooringenomenheid.
Verzoekster had geen gemotiveerd uitstelverzoek ingediend en had ook niet tijdens de zitting haar wens tot advocaatbijstand kenbaar gemaakt. De wrakingskamer concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor partijdigheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en werd de voortzetting van de hoofdzaken in de stand van schorsing bepaald. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter is kennelijk ongegrond verklaard en de hoofdzaken worden voortgezet.