Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] ;
13 juni 2025.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 13 juni 2024 uitspraak gedaan in een rekestprocedure waarin de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging voor betrokkene. Betrokkene lijdt aan meerdere psychische stoornissen, waaronder schizofrenie en een lichte verstandelijke beperking, die leiden tot ernstig nadeel zoals levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. De zorgmachtiging is aangevraagd voor een periode van twaalf maanden met het oog op het toedienen van medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen en beperkingen in de vrijheid.
Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden op het woonadres van betrokkene, waren naast betrokkene en haar advocaat ook een sociaal psychiatrisch verpleegkundige, een verpleegkundige en een mentor aanwezig. De officier van justitie was niet aanwezig. Betrokkene en haar advocaat steunden het verzoek, waarbij de advocaat aangaf dat een kortere duur mogelijk was, maar betrokkene zelf geen bezwaar had tegen twaalf maanden. De zorgverleners benadrukten dat de huidige stabiliteit broos is en dat de zorgmachtiging noodzakelijk is vanwege recente veranderingen in de behandeling en risicofactoren zoals het overlijden van de partner.
De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de voorgestelde verplichte zorg evenredig en effectief is. De zorgmachtiging wordt daarom verleend voor de gevraagde duur van twaalf maanden. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgmaatregelen.