ECLI:NL:RBZWB:2024:451
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op persoonsgebonden aftrek voor specifieke zorgkosten in inkomstenbelasting 2019
Belanghebbende heeft voor het jaar 2019 een bedrag van €3.702 aan specifieke zorgkosten opgevoerd als persoonsgebonden aftrek in haar aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur heeft deze aftrek geweigerd omdat de kosten niet boven de wettelijke drempel van €998 uitkwamen en omdat niet alle kosten voldoende waren onderbouwd met bewijsstukken.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende lijdt aan hereditair angio-oedeem, maar oordeelt dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de geclaimde kosten voldoen aan de cumulatieve voorwaarden voor aftrek. Met name de dieetkosten en extra kleding- en beddengoedkosten zijn onvoldoende onderbouwd, en voor medicijnen, hulpmiddelen en andere zorgkosten zijn geen concrete facturen of bonnetjes overgelegd.
Belanghebbende heeft ter zitting verklaard dat door haar verslechterende ziektebeeld de administratie niet op orde was, maar de rechtbank benadrukt dat dit haar niet ontslaat van de bewijsverplichting. Ook het beroep tegen de belastingrente wordt ongegrond verklaard omdat daartegen geen zelfstandige gronden zijn aangevoerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de aanslag en de belastingrentebeschikking in stand blijven. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag en belastingrentebeschikking blijven in stand.