ECLI:NL:RBZWB:2024:4560
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag afvalstoffenheffing voor ledigingen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en tegen de aanslag afvalstoffenheffing voor het aantal ledigingen in 2020. De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde vastgesteld op €201.000 en de aanslag gebaseerd op twee ledigingen van de afvalcontainer.
De rechtbank oordeelde dat het verweerschrift van de heffingsambtenaar tijdig was ingediend en nam dit mee in de beoordeling. De WOZ-waarde was bepaald via de vergelijkingsmethode met referentiewoningen die qua ligging, bouwjaar en oppervlakte voldoende vergelijkbaar waren. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen, zoals de grotere perceelgrootte van de woning.
Ten aanzien van de afvalstoffenheffing stelde belanghebbende dat slechts één lediging had plaatsgevonden, maar de rechtbank vond de registratie van twee ledigingen door de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk. De betwisting van de betrouwbaarheid van het registratiesysteem werd niet gevolgd. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, handhaafde de aanslagen en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende tegen de WOZ-waarde en de aanslag afvalstoffenheffing worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven gehandhaafd.