De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 28 juni 2024 een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige met ernstige gedragsproblemen. Eerder was reeds een spoedmachtiging verleend voor twee weken.
De minderjarige vertoonde langdurig ernstig probleemgedrag zoals wegloopgedrag, agressie, mogelijk drugsgebruik, schoolverzuim en diefstal. Pogingen tot hulpverlening thuis en via open groepen waren niet succesvol. De minderjarige en haar moeder steunden het voorgestelde hulpverleningsplan.
De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden van artikel 6.1.2 tweede lid Jeugdwet werd voldaan, dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk en passend is en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. Daarom werd de machtiging voor gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden toegekend.
De beslissing is mondeling gegeven en op 8 juli 2024 schriftelijk bevestigd. Hoger beroep is mogelijk via de griffie van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.