ECLI:NL:RBZWB:2024:4603

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 juni 2024
Publicatiedatum
5 juli 2024
Zaaknummer
C/02/418789/ FA RK 24-551
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Noort
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:251a lid 1 BWArt. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging gezamenlijk ouderlijk gezag naar eenhoofdig gezag in het belang van het kind

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 28 juni 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarig kind, geboren in 2021. De moeder verzocht om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan haar toe te kennen. De vader is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

De rechtbank stelde vast dat er al lange tijd geen contact meer was tussen de ouders en dat de vader sinds anderhalf jaar geen contact meer had met het kind. De moeder gaf aan dat de vader zich niet als ouder betrokken heeft getoond en zelfs het kind niet als zijn biologisch kind beschouwt. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens om over te gaan tot eenhoofdig gezag.

De rechtbank oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet langer houdbaar is vanwege het ontbreken van communicatie en betrokkenheid van de vader, wat een onaanvaardbaar risico vormt voor het kind. Daarom werd het gezamenlijk gezag beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend, met onmiddellijke ingang en uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag wordt toegekend aan de moeder.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/418789/ FA RK 24-551
Datum uitspraak: 28 juni 2024
Beschikking betreffende wijziging gezag
in de zaak van
[de vrouw],
hierna te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1], [gemeente],
advocaat: mr. Schuttkowski te Hulst,
tegen
[de man],
hierna te noemen: de man,
wonende [adres], te [woonplaats 2].
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1.Het procesverloop

1.1
De rechtbank oordeelt op grond van het navolgende stuk:
- het op 5 februari 2024 ontvangen verzoek tot wijziging ouderlijk gezag, met bijlagen.
1.2
Het verzoek is mondeling behandeld op 19 juni 2024. Bij deze behandeling is verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordigster namens de Raad. Alhoewel correct opgeroepen is de man niet verschenen.

2.De feiten

2.1
Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie het navolgende thans nog minderjarige kind is geboren:
-
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2021 te [geboorteplaats].
2.2
De minderjarige verblijft bij de vrouw.
2.3
De man heeft de minderjarige erkend. Partijen zijn sedert 3 juli 2022 gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige.

3.Het verzoek

3.1
De vrouw verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, het gezamenlijk gezag van partijen te beëindigen en te bepalen dat het eenhoofdig gezag over het minderjarige kind [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2021, alleen aan de vrouw toekomt.
3.2
De man is niet verschenen in de procedure en heeft derhalve geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de vrouw.
3.3
Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang voor de beoordeling van het verzoek, hierna ingegaan.

4.De beoordeling

Wijziging gezag
4.1
De rechter kan ingevolge het bepaalde in artikel 1:253n juncto artikel 1:251a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) het gezamenlijk gezag beëindigen en bepalen dat het gezag aan één ouder toekomt, als zich een wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan waardoor:
er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of;
wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Wijziging omstandigheden
4.2
De rechtbank dient eerst te beoordelen of er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Het is de rechtbank gebleken dat er al lange tijd geen contact meer is geweest tussen partijen en dat het laatste anderhalve jaar geen enkele vorm van contact meer heeft plaatsgevonden tussen de man en de minderjarige. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheden ten opzichte van de situatie zoals die was ten tijde van het uiteengaan van partijen in augustus 2022 dermate zijn gewijzigd dat de vrouw kan worden ontvangen in haar verzoek.
Standpunten vrouw en Raad
4.3
De vrouw stelt dat de man nimmer als ouder betrokken is geweest bij [minderjarige]. Hij was meer een ‘buitenstaander’ die zijn eigen leven leidde. Hij heeft nooit uit eigener beweging initiatieven ondernomen in het leven van [minderjarige]. Hij heeft de vrouw zelfs laten weten dat hij [minderjarige] niet als zijn biologisch kind beschouwt. Sedert het uiteengaan weigert de man ook enig contact met [minderjarige] en de vrouw te onderhouden. De vrouw heeft heel veel moeite moeten doen om toestemming te krijgen voor een hele korte vakantie met [minderjarige] in België. De Raad concludeert dat de man geen rol speelt in het leven van [minderjarige]. De man weet dus niet wie [minderjarige] is en hoe het met hem gaat. Er is ook geen communicatie tussen de ouders. Samen beslissingen nemen is dan niet mogelijk. De man reageert ook niet op de berichten van de advocaat. De Raad adviseert over te gaan tot eenhoofdig gezag.
Inhoudelijke beoordeling
4.4.
De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt van de wet is dat ouders gezamenlijk zijn belast met het gezag over hun minderjarige kinderen. Gezamenlijke uitoefening van het gezag vereist evenwel dat de ouders het mogelijk maken dat beslissingen over de verzorging en opvoeding van de kinderen tot stand komen op een wijze die niet belastend is voor de kinderen en hun veiligheid niet in gevaar brengt. De rechtbank acht partijen hiertoe niet in staat nu er geen enkele communicatie is tussen partijen en het ook niet in de lijn der verwachting ligt dat de communicatie tussen partijen zal verbeteren. De man heeft ook geen enkel zicht meer op [minderjarige] en weet niet hoe het met hem gaat. Er is geen goede basis meer aanwezig voor de uitoefening van gezamenlijk gezag. Gelet daarnaast op de praktische problemen die bij instandhouding van het gezamenlijk gezag zullen ontstaan en gehoord het advies van de Raad, is de rechtbank van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van [minderjarige] dat het gezag over hem wordt gewijzigd, in die zin dat de vrouw voortaan het gezag over [minderjarige] alleen uitoefent.
4.5
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarigen noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1
beëindigt het gezamenlijk ouderlijk gezag ten aanzien van [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2021 te [geboorteplaats] en bepaalt dat het gezag over [minderjarige] voortaan alleen aan de vrouw toekomt;
5.2
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door Van Noort, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2024, in tegenwoordigheid van mr. De Haas, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.