Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2021 te [geboorteplaats].
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 28 juni 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarig kind, geboren in 2021. De moeder verzocht om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan haar toe te kennen. De vader is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
De rechtbank stelde vast dat er al lange tijd geen contact meer was tussen de ouders en dat de vader sinds anderhalf jaar geen contact meer had met het kind. De moeder gaf aan dat de vader zich niet als ouder betrokken heeft getoond en zelfs het kind niet als zijn biologisch kind beschouwt. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens om over te gaan tot eenhoofdig gezag.
De rechtbank oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet langer houdbaar is vanwege het ontbreken van communicatie en betrokkenheid van de vader, wat een onaanvaardbaar risico vormt voor het kind. Daarom werd het gezamenlijk gezag beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend, met onmiddellijke ingang en uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag wordt toegekend aan de moeder.