ECLI:NL:RBZWB:2024:4605
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Van Noort
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige zorgregeling en opdracht tot raadsonderzoek in gezagszaak
Partijen zijn gescheiden en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen die bij de moeder verblijven. De vader verzoekt een voorlopige zorgregeling om het contact met de kinderen te herstellen, waarbij hij onder meer drie opeenvolgende zaterdagen en daarna een weekend per veertien dagen omgang wenst.
De moeder verzet zich tegen het verzoek, stellende dat de kinderen geen behoefte hebben aan contact met de vader en verwijzend naar een incident waarbij de vader onder invloed en agressief optrad. Ook wijst zij op de kwetsbaarheid van de kinderen door hun problematiek en recente veranderingen in de gezinssituatie.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert eerst een onderzoek te verrichten naar de belangen en behoeften van de minderjarigen alvorens een zorgregeling vast te stellen. De rechtbank volgt dit advies en wijst het verzoek af, omdat het contact gevoelig ligt en nader onderzoek noodzakelijk is.
De rechtbank beveelt de Raad een onderzoek te doen in de bodemprocedure naar de risico's van het gezamenlijk gezag, de verdeling van zorg- en opvoedingstaken, en de mogelijkheden voor contact tussen vader en kinderen. Het rapport moet worden ingediend in de hoofdzaak.
De beschikking is gegeven door rechter Van Noort en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2024.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige zorgregeling wordt afgewezen en de Raad voor de Kinderbescherming wordt verzocht een onderzoek te verrichten.