Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de e-mail van de Raad van 25 januari 2024;
- de e-mail met bijlage van mr. Dekker van 25 januari 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De vrouw vordert vervangende toestemming voor verhuizing van haar minderjarige kind naar een andere plaats en inschrijving op een basisschool daar, omdat zij haar huidige woning per 1 februari 2024 moet verlaten en geen toestemming van de man krijgt. De man voert verweer en stelt dat de verhuizing niet noodzakelijk is en dat een kort geding niet geschikt is voor deze zaak.
De voorzieningenrechter weegt het spoedeisend belang van de vrouw, die via woningruil een woning heeft gekregen en haar huidige huurovereenkomst heeft opgezegd. De rechtbank bevestigt dat de situatie niet significant is gewijzigd sinds een eerdere beschikking waarbij toestemming werd verleend voor verhuizing naar een andere plaats. De vrouw heeft een school gevonden die de inschrijving heeft bevestigd en zal het advies voor speltherapie opvolgen.
De man weigert medewerking en contact met de gecertificeerde instelling, waardoor het contact met het kind beperkt is. De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming hebben geen bezwaar tegen de verhuizing. De voorzieningenrechter concludeert dat het belang van de vrouw en het kind zwaarder weegt dan dat van de man en verleent de gevraagde toestemming, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verleent vervangende toestemming aan de moeder om met het kind te verhuizen naar de nieuwe plaats en het kind daar in te schrijven op een basisschool.