ECLI:NL:RBZWB:2024:4614
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen op verzoek herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 22 januari 2021. Dit beroep heeft zij ingetrokken nadat verweerder alsnog op 5 juli 2023 op haar verzoek had beslist.
De rechtbank beoordeelt of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen en of het beroepschrift voldeed aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Verweerder stelde dat het besluit al op 5 juli 2023 was verzonden, maar kon dit niet aannemelijk maken. Verzoekster betwistte ontvangst, en de rechtbank oordeelde dat verweerder niet aan de bekendmakingsverplichting had voldaan.
Hierdoor was er op het moment van het indienen van het beroepschrift op 27 november 2023 nog sprake van niet tijdig beslissen. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelde verweerder tot betaling van € 437,50 aan verzoekster, inclusief vergoeding van het griffierecht. Er zijn geen verdere kosten vergoed.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster wegens het niet tijdig beslissen.