Op 29 oktober 2023 heeft de minderjarige verdachte samen met een medeverdachte het slachtoffer meerdere keren met geschoeide voet tegen het hoofd en lichaam geschopt, waarbij het slachtoffer letsel opliep zoals een bloedneus en hersenschudding.
De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende bewijs is voor opzet of voorwaardelijk opzet op doodslag, waardoor verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag. Wel is bewezen dat verdachte medepleegde aan poging tot zware mishandeling, omdat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
De rechtbank legt een voorwaardelijke jeugddetentie van één maand met een proeftijd van twee jaar op, gekoppeld aan voorwaarden zoals schoolbezoek en medewerking aan hulpverlening. Daarnaast wordt een werkstraf van 120 uur opgelegd, met aftrek van drie dagen voorarrest. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
De rechtbank weegt mee dat verdachte geen strafblad heeft, een positief mediationtraject met het slachtoffer heeft doorlopen en berouw toont. De Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdbescherming West Zeeland adviseren een combinatie van straf en begeleiding vanwege de ernst van het feit en de positieve ontwikkeling van verdachte.
De vordering tot schadevergoeding is ingetrokken na betaling door verdachte en medeverdachte, zodat de rechtbank hierover geen oordeel meer geeft.