ECLI:NL:RBZWB:2024:4683
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens onvoldoende spoedeisend belang bij last onder dwangsom
Verzoeker maakte bezwaar tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Breda. Vervolgens verzocht hij om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het besluit te schorsen in afwachting van de bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen wordt toegekend bij onverwijlde spoed, waarbij het onmogelijk is om eventuele gevolgen achteraf te herstellen. Het college had de begunstigingstermijn verlengd tot zes weken na de beslissing op het bezwaar, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening ontbrak.
Verzoeker stelde dat de dwangsom eerder kon worden opgelegd vanwege het zomerreces, maar de voorzieningenrechter vond dit onvoldoende voor spoedeisend belang. Daarom wees de rechtbank het verzoek af en veroordeelde verzoeker niet in de proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.