Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil en de beoordeling
€ 119,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele zaak vordert eiser betaling van drie onbetaalde facturen, vermeerderd met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten, van gedaagde die aannemerswerkzaamheden heeft laten verrichten. De facturen betreffen elektrawerkzaamheden in 42 woningen, uitgevoerd in opdracht van een derde partij.
Gedaagde betwist de betaling met het verweer dat een aanvullende afspraak zou zijn gemaakt dat meerwerk pas betaald wordt na ontvangst van door de opdrachtgever afgetekende werkbonnen. Deze afspraak wordt door eiser betwist en door gedaagde niet concreet onderbouwd. De kantonrechter oordeelt dat deze aanvullende afspraak niet is komen vast te staan en dat gedaagde geen andere gronden heeft aangevoerd om betaling te weigeren of op te schorten.
De toepasselijke Metaalunievoorwaarden sluiten opschorting uit, tenzij sprake is van faillissement of wettelijke schuldsanering, wat niet aan de orde is. De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van het volledige factuurbedrag, de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum, en de buitengerechtelijke incassokosten. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, wettelijke rente en incassokosten.