Op 7 maart 2023 bracht gedaagde een bus voor APK-keuring bij AWS, die gebreken constateerde en repareerde. Voor deze eerste opdracht betaalde gedaagde de factuur van €1.017,34. Later ontstonden nieuwe problemen: een vastgelopen remzuiger werd op 11 maart 2023 gerepareerd, waarvoor AWS een factuur van €202,68 stuurde die onbetaald bleef. Tevens gaf gedaagde mondeling opdracht tot vervanging van twee aandrijfassen, maar AWS kon de linker niet vervangen en bracht hiervoor €181,50 in rekening, welke factuur eveneens onbetaald bleef.
AWS vorderde betaling van de openstaande facturen, inclusief incassokosten en wettelijke rente. De kantonrechter oordeelde dat de factuur van 11 maart terecht was, omdat de werkzaamheden buiten de APK-keuring vielen en gedaagde deze niet betwistte. De factuur van 7 april werd afgewezen omdat de offerte en opdracht gericht waren op het behalen van een concreet resultaat, namelijk vervanging van de aandrijfassen, en er geen afspraak was over betaling bij mislukking.
De wettelijke handelsrente werd toegewezen vanaf de vervaldatum van de factuur van 11 maart. De incassokosten werden gematigd tot het wettelijke tarief van €40. De proceskosten werden gecompenseerd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.