ECLI:NL:RBZWB:2024:4775
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte tegemoetkoming specifieke zorgkosten 2019 bij negatief inkomen box 1
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de beschikking van de inspecteur die de tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ) voor 2019 vaststelde op €44. De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van het Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten en de relevante fiscale gegevens.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende in 2019 een negatief belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1) had en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) van €147. De gecombineerde inkomensheffing (factor A) bedroeg nihil, terwijl de gecombineerde heffingskorting (factor B) €2.477 was. Factor C, de inkomensheffing zonder rekening te houden met specifieke zorgkosten, bedroeg €44.
Omdat factor C (€44) kleiner was dan factor B (€2.477), had belanghebbende recht op een TSZ van €44. De wijziging van het negatieve inkomen in box 1 leidde niet tot een hogere TSZ. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om griffierecht- en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de TSZ-beschikking van €44.