ECLI:NL:RBZWB:2024:4783

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 juli 2024
Publicatiedatum
12 juli 2024
Zaaknummer
C/02/423035 / KG ZA 24-253 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Bosters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 2 WnaArt. 61 WnaArt. 2:2 lid 2 BWArt. 4:188 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op het voeren van de beschermde titel van notaris door voormalig notaris

De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) vordert in kort geding dat [gedaagde], die in 2014 uit het notariaat is ontzet, zich niet langer mag presenteren als 'Internationaal Notaris' of enige andere titel met het woord 'notaris'. De KNB baseert haar vordering op artikel 2 lid 2 Wet Pro op het notarisambt (Wna), dat het voeren van de titel notaris beperkt tot benoemde en beëdigde personen.

[gedaagde] voert verweer dat de titel 'Internationaal Notaris' een kerkelijke functie is binnen de Orde van Maerloo, een kerkgenootschap, en dat zijn werkzaamheden intern zijn. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het gebruik van deze titel in strijd is met de wet, mede omdat documenten zoals een verklaring van erfrecht aan externe partijen, waaronder een gemeente, zijn verstrekt, wat verwarring bij het publiek kan veroorzaken.

De rechtbank wijst de vordering van de KNB toe, legt een dwangsom op van €1.000 per overtreding tot een maximum van €100.000 en veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank verbiedt [gedaagde] het gebruik van de titel 'Internationaal Notaris' en legt een dwangsom op wegens onrechtmatig handelen.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: C/02/423035 / KG ZA 24-253
Vonnis in kort geding van 15 juli 2024
in de zaak van
KONINKLIJKE NOTARIËLE BEROEPSORGANISATIE,
te Den Haag,
eisende partij,
hierna te noemen: de KNB,
advocaat: mr. I.R. Köhne,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
verschenen in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 juni 2024 met producties 1 tot en met 3;
- de producties 1 tot en met 11 van [gedaagde] ;
- de mondelinge behandeling van 1 juli 2024 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waaraan de pleitnota van [gedaagde] is gehecht.

2.Het geschil

2.1.
De KNB vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen:
zich niet langer te presenteren als “internationaal notaris” of enige andere hoedanigheid waar het woord “notaris” in voorkomt, noch in geschrift noch in woord, en
alle documenten waarin hij zich heeft gepresenteerd als (internationaal) notaris in te trekken en zich in te spannen te voorkomen dat die documenten nog langer in het rechtsverkeer worden gebracht of gebruikt,
op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per overtreding van het onder (i) gevorderde dan wel een dwangsom van € 1.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] zich niet aan het onder (ii) gevorderde houdt, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.
2.2.
Aan haar vorderingen legt de KNB ten grondslag dat zij ingevolge artikel 61 Wet Pro op het notarisambt (hierna: Wna) onder meer tot taak heeft de eer en het aanzien van het notarisambt te bewaken. Ingevolge artikel 2 lid 2 Wna Pro is tot het voeren van de titel notaris uitsluitend bevoegd hij die als zodanig is benoemd en beëdigd en die niet is geschorst of gedefungeerd. [gedaagde] is in 2014 ontzet uit het ambt van notaris en voldoet derhalve niet (meer) aan die voorwaarde. Desondanks presenteert [gedaagde] zich als “Internationaal Notaris” en heeft hij diverse stukken in die hoedanigheid ondertekend, waaronder een verklaring van erfrecht. De KNB heeft [gedaagde] meermaals verzocht zich niet langer als zodanig te presenteren, maar [gedaagde] geeft daaraan geen gehoor. Door zich te presenteren als “Internationaal Notaris” handelt [gedaagde] in strijd met de wet, zodat sprake is van onrechtmatig handelen. Daarbij is volgens de KNB van belang dat hierover bij het publiek reeds verwarring is ontstaan. [gedaagde] heeft in de hoedanigheid van “Internationaal Notaris” namelijk een verklaring van erfrecht opgesteld met betrekking tot de nalatenschap van mevrouw [naam] en deze aan Gemeente Tholen doen toekomen. Deze oogt als een verklaring van erfrecht zoals notarissen die gebruikelijk opstellen. Gemeente Tholen heeft hierover vragen gesteld aan de KNB.
2.3.
[gedaagde] voert het volgende verweer. De titel en het (kerkelijk) ambt van “Internationaal Notaris” maken onderdeel uit van de “Internationale Onafhankelijke Seculiere Oecumenische en Hoofdelijke Orde van Maerloo” (hierna: de Orde van Maerloo). De Orde van Maerloo is een kerkgenootschap als bedoeld in artikel 2:2 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW) en wordt geregeerd door haar eigen statuut. In de praktijk is – met het vervallen van de ministerieplicht – gebleken dat het nagenoeg onmogelijk is om een (Nederlandse) notaris in te schakelen om interne stukken voor de Orde van Maerloo op te stellen. [gedaagde] voert aan dat hij daarom bij decreet is benoemd tot “Internationaal Notaris”. Niemand buiten de Orde van Maerloo is bevoegd de titel van “Internationaal Notaris” te voeren en alle documenten die in die hoedanigheid worden opgemaakt hebben interne rechtskracht en authenticiteit binnen de Orde van Maerloo. Hij is als “Internationaal Notaris” niet actief in het publieke domein. De verklaring van erfrecht, waarnaar de KNB verwijst, betreft een intern document dat op verzoek van Gemeente Tholen aan hen is verstrekt om bepaalde (interne) zaken te verduidelijken. Bovendien is die verklaring van erfrecht voorzien van een bijbehorend decreet dat is gebaseerd op universeel juridisch canoniek recht. Er kan dan ook geen sprake zijn van verwarring bij het publiek. Bovendien is geen sprake van schade.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of de KNB ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
spoedeisend belang
3.2.
De KNB stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen omdat de gestelde onrechtmatige gedragingen van [gedaagde] de eer van het notariaat schaden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de aard van de vordering een spoedeisend belang bij beoordeling van de vordering meebrengt.
inhoudelijke beoordeling
3.3.
De voorzieningenrechter stelt het volgende voorop. De titel van notaris is op grond van artikel 2 lid 2 Wna Pro een beschermde titel. Uit de parlementaire geschiedenis bij dit wetsartikel volgt dat de wetgever titelbescherming wenselijk heeft geacht omdat voor het publiek duidelijk moet zijn dat degene die zich notaris noemt, daartoe ook benoemd en beëdigd is (MvT II, 23 706, nr. 3, p. 16). Met andere woorden: de achterliggende gedachte van de titelbescherming is de rechtszekerheid. Derden moeten erop kunnen vertrouwen dat degene die zich notaris noemt, ook bevoegd is als notaris op te treden.
3.4.
Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] niet valt onder de categorie personen die op grond van artikel 2 lid 2 Wna Pro de titel notaris mag voeren. Dit betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat hij in strijd met de wet handelt door zich te presenteren als “Internationaal Notaris”. Het voeren van de beschermde titel van notaris (met welke toevoeging dan ook) is immers simpelweg in strijd met de wet. Zoals hiervoor reeds is aangehaald staat de rechtszekerheid daarbij voorop en voorkomen dient te worden dat sprake is verwarring over de vraag of degene die zich notaris noemt, daadwerkelijk een notaris is. Zo ook ten aanzien van het opstellen van verklaringen van erfrecht, hetgeen ingevolge artikel 4:188 BW Pro alleen een notaris in de zin van artikel 2 lid 2 Wna Pro kan doen.
3.5.
Ten aanzien van het verweer van [gedaagde] dat de functie “Internationaal Notaris” een functie betreft die valt onder de Orde van Maerloo als een kerkgenootschap in de zin van artikel 2:2 BW Pro en dat deze functie wordt geregeerd door het statuut van de Orde van Maerloo, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Voor zover de Orde van Maerloo valt te kwalificeren als een kerkgenootschap in de zin van artikel 2:2 BW Pro (hetgeen [gedaagde] niet nader heeft onderbouwd), heeft [gedaagde] nagelaten toe te lichten wat volgt uit het desbetreffende statuut, welke bevoegdheden daaruit voortvloeien voor de functie “Internationaal Notaris” en dat hij derhalve invulling mag geven aan deze functie zoals hij tot op heden heeft gedaan. Bovendien bepaalt artikel 2:2 BW Pro dat kerkgenootschappen worden geregeerd door hun eigen statuten, voor zover deze niet in strijd zijn met de wet. Hieruit volgt dat ongeacht hetgeen in het kerkelijke statuut is neergelegd, een persoon ingevolge artikel 2 lid 2 Wna Pro de titel notaris niet mag voeren en verklaringen van erfrecht ingevolge artikel 4:188 BW Pro alleen mogen worden opgesteld door een bevoegde notaris.
In het verlengde daarvan heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd dat zijn werk als “Internationaal Notaris” alleen is gericht op interne aangelegenheden. Ter zitting is door [gedaagde] verklaard dat de stukken die door hem als “Internationaal Notaris” zijn opgesteld en betrekking hebben op interne aangelegenheden in de Orde van Maerloo ook in sommige gevallen worden gedeeld met externen, zoals gemeentes of banken. Zo is de hiervoor genoemde verklaring van erfrecht met de Gemeente Tholen gedeeld om te onderbouwen wie bevoegd is te handelen ten aanzien van de onroerende zaken die in die verklaring van erfrecht worden genoemd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter betekent dit dat deze verklaring van erfrecht externe werking wordt toegeschreven en dus niet louter voor interne aangelegenheden wordt gebruikt. Dat [gedaagde] dit document alleen aan de Gemeente Tholen op haar verzoek heeft verstrekt, maakt dit niet anders. Het verweer van [gedaagde] dat hij als “Internationaal Notaris” alleen werkzaamheden verricht voor interne aangelegenheden in het kerkgenootschap, welke werkzaamheden derhalve alleen wordt geregeerd door het kerkelijke statuut waarnaar [gedaagde] verwijst, gaat tegen deze achtergrond niet op.
3.6.
Mede gelet op het voorgaande is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk dat [gedaagde] onrechtmatig handelt door zich te presenteren als “Internationaal Notaris” en in die hoedanigheid documenten op te stellen. De conclusie is dan ook dat de vorderingen van de KNB zullen worden toegewezen zoals hierna in het dictum bepaald en met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden beperkt tot een maximum van € 100.000,00.
3.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de KNB worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
136,72
- griffierecht
688,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.109,72

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] zich niet langer te presenteren als “Internationaal Notaris” of enige andere hoedanigheid waarin het woord “notaris” voorkomt, noch in geschrift, noch in woord,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] alle documenten waarin hij zich heeft gepresenteerd als “Internationaal Notaris” in te trekken en zich in te spannen te voorkomen dat die documenten nog langer in het rechtsverkeer worden gebracht of gebruikt,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan de KNB een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere keer of (gedeelte van een) dag dat hij niet aan de veroordelingen onder 4.1 en 4.2 voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.109,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bosters en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2024.