Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 27 juni 2024 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WIA-uitkering te herzien en de mate van arbeidsongeschiktheid te verlagen van 80-100% naar 45,02%, ingaande 1 januari 2024. De rechtbank heeft het beroep op 7 mei 2024 behandeld en beoordeelt of de vastgestelde beperkingen en de berekende mate van arbeidsongeschiktheid juist zijn.
De medische beoordeling is gebaseerd op rapporten van een arts en verzekeringsartsen van het UWV, die alle relevante medische informatie en beperkingen hebben meegenomen. De rechtbank concludeert dat de beperkingen van eiser niet zijn onderschat en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 26 november 2021 adequaat is opgesteld. Eiser heeft weliswaar een IVA-uitkering toegekend gekregen per 1 november 2023, maar de toegenomen beperkingen vanaf die datum kunnen niet worden teruggelegd naar de datum in geding.
De arbeidsdeskundige van het UWV heeft passende functies geselecteerd voor de berekening van de arbeidsongeschiktheid, welke de rechtbank als geschikt beschouwt. De mate van arbeidsongeschiktheid van 45,02% is op juiste wijze berekend en het beroep wordt ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en de arbeidsongeschiktheid van 45,02% per 26 november 2021 bevestigd.