In deze civiele bodemzaak tussen eiser en gedaagde heeft de kantonrechter op 29 mei 2024 een vonnis gewezen waarin partijen tijdens de zitting afspraken maakten over de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de gehuurde bedrijfsruimte. De huurder had een huurachterstand opgebouwd, waarvoor een totaalbedrag van €10.000,00 werd vastgesteld, te voldoen in twee termijnen.
De kantonrechter heeft de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming voorwaardelijk uitgesproken, waarbij de ontbinding en ontruiming in werking treden indien de huurder niet voldoet aan de betalingsverplichtingen of de maandelijkse huur niet tijdig betaalt. Bij niet-naleving krijgt de huurder een termijn van veertien dagen om de bedrijfsruimte te ontruimen.
Daarnaast is bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten draagt en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is. De kantonrechter verwacht dat de voorwaardelijke ontbinding niet langer dan twee jaar zal worden toegepast. Hiermee wordt de positie van de verhuurder beschermd tegen verdere wanbetaling, terwijl de huurder de mogelijkheid krijgt om aan zijn verplichtingen te voldoen.