Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal om handhavend op te treden tegen de uitbreiding van het magazijn van een Poolse supermarkt zonder vergunning. Het college wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte dat eveneens werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep tegen deze afwijzing.
De rechtbank beoordeelde of er sprake was van een overtreding van het bestemmingsplan of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De gronden zijn bestemd voor wonen en detailhandel, waardoor het gebruik van het magazijn ten behoeve van detailhandel binnen het bestemmingsplan past. Voor de bouwkundige wijzigingen is geen vergunning vereist omdat voldaan wordt aan de voorwaarden van het Besluit omgevingsrecht (Bor), waaronder geen verandering van draagconstructie, brandcompartimentering, bebouwde oppervlakte of bouwvolume.
De rechtbank concludeert dat het college terecht het verzoek om handhaving heeft afgewezen omdat er geen overtreding is. Eiser heeft geen recht op proceskostenvergoeding. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de wijziging vergunningvrij is en geen overtreding vormt.