De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun drie minderjarige kinderen te wijzigen en het gezag eenhoofdig aan haar toe te wijzen. De vader is sinds eind 2023 naar Nigeria vertrokken en is niet meer betrokken bij de verzorging en opvoeding van de kinderen. Er is geen contact meer tussen de ouders en ook de kinderen hebben geen contact met de vader.
De rechtbank stelt vast dat de vader zijn verplichtingen als gezaghebbende ouder niet nakomt en dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden sinds de laatste gezagsbeschikking in 2017. De schorsing van het gezag van de vader van rechtswege staat niet in de weg aan de beoordeling van het verzoek. De moeder heeft voldoende belang bij haar verzoek, mede vanwege de problematiek van de kinderen en de noodzakelijke hulpverlening waarvoor instemming van de gezaghebbende ouder(s) nodig is.
De rechtbank oordeelt dat het in het belang van de minderjarigen is dat het gezag eenhoofdig aan de moeder wordt toegekend. Dit voorkomt vertraging en problemen bij de hulpverlening. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard zodat de wijziging direct kan worden doorgevoerd.