Verzoekster, een zorgaanbieder, heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van 19 maart 2024 waarin aan cliënten is meegedeeld dat zij met hun persoonsgebonden budget (pgb) geen zorg meer mogen inkopen bij verzoekster. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van deze besluiten.
De rechter stelde vast dat aan het connexiteitsvereiste is voldaan en dat verzoekster een spoedeisend belang heeft omdat zij financieel niet in staat is de bezwaarprocedure af te wachten, met het risico op faillissement. De inhoudelijke beoordeling van de besluiten is vanwege de complexiteit en omvang van de stukken niet in deze spoedprocedure gedaan; de belangenafweging stond centraal.
Hoewel het college bezwaren heeft tegen de kwaliteit van de zorg en het misbruikrisico van DigiD-inlog door medewerkers van verzoekster, vond de voorzieningenrechter dat het risico op misbruik te zwaar weegt om de besluiten te schorsen. Wel is een minder verstrekkende voorziening getroffen: cliënten die nog zorg nodig hebben en dit wensen, mogen zorg in natura bij verzoekster ontvangen tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Het college moet onderzoeken welke cliënten nog zorg nodig hebben en hen deze mogelijkheid bieden. Daarnaast is het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van verzoekster.