ECLI:NL:RBZWB:2024:5022

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 juli 2024
Publicatiedatum
22 juli 2024
Zaaknummer
02/820776-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 511c SvArt. 6:4:18 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontnemingszaak geëindigd wegens volledige voldoening schikkingsovereenkomst

Veroordeelde werd op 15 juli 2019 veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor strafbare feiten. Na deze veroordeling is een ontnemingsprocedure gestart met een vordering van €1.083.972,42. De ontnemingszaak werd op 23 juni 2021 aangevangen.

Op 29 juni 2023 is een schikkingsovereenkomst gesloten tussen het Openbaar Ministerie en veroordeelde, die op 25 oktober 2023 volledig is afgedaan. De rechtbank constateert dat tijdig aan de voorwaarden van de schikking is voldaan, waardoor de ontnemingszaak van rechtswege is geëindigd.

De rechtbank volgt de jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en stelt vast dat de zaak kan worden afgedaan met een declaratoire uitspraak. De rechtbank verklaart de ontnemingszaak hiermee beëindigd.

Uitkomst: De ontnemingszaak is van rechtswege geëindigd na volledige voldoening van de schikkingsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02/820776-13
vonnis van de rechtbank d.d. 22 juli 2024
in de zaak tegen
[veroordeelde]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1963
wonende te [woonadres]
raadsman mr. C.C.M. Welten, advocaat te Rotterdam

1.De procedure

Veroordeelde is op 15 juli 2019 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van het voorarrest voor de in die uitspraak vermelde strafbare feiten.
Na deze veroordeling is een ontnemingsprocedure gestart. De ontnemingsvordering bedraagt € 1.083.972,42. De ontnemingszaak is op de zitting van 23 juni 2021 aangevangen.
Op 29 juni 2023 is het Openbaar Ministerie overeenkomstig het bepaalde in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) een schikkingsovereenkomst aangegaan met veroordeelde. Deze schikking is op 25 oktober 2023 volledig afgedaan.

2.Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank constateert dat tijdig aan de termen van de schikking is voldaan. Hierdoor is de ontnemingszaak tegen veroordeelde op grond van het bepaalde in artikel 6:4:18, eerste lid, Sv van rechtswege geëindigd. De rechtbank leidt net als de officier van justitie en verdediging uit de jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2019:7248) af dat een ontnemingszaak in een dergelijk geval afgedaan kan worden met een declaratoire uitspraak waarin het voornoemde wordt verstaan. De rechtbank zal daartoe ook overgaan.

3.De beslissing

De rechtbank verstaat dat de zaak van rechtswege is geëindigd.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.W.M. Sterk, voorzitter, mr. C.H.M. Pastoors en
mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.B.H. van Overveld en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 juli 2024.
Mr. Verschueren is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.