Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2024:5049

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 juli 2024
Publicatiedatum
23 juli 2024
Zaaknummer
BRE 22/5791
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a Wet WOZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak rechtbank inzake naheffingsaanslag parkeerbelasting zonder toepassing Wet WOZ

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 22 juli 2024 een hersteluitspraak gedaan ter verbetering van haar eerdere uitspraak van 6 juni 2024 in een bestuursrechtelijke zaak over een naheffingsaanslag parkeerbelasting.

In de oorspronkelijke uitspraak was per omissie een bepaling uit de Wet WOZ toegepast, terwijl deze wet niet relevant is voor de parkeerbelastingzaak. De rechtbank verwijderde daarom de zin dat een vergoeding rechtstreeks aan belanghebbende moet worden betaald en de bijbehorende voetnoot die verwees naar artikel 30a van de Wet WOZ.

De rechtbank achtte de fout redelijkerwijs kenbaar voor partijen en besloot de verbetering door te voeren zonder dat dit gevolgen heeft voor de termijn voor hoger beroep. Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank verbeterde de uitspraak door onjuiste toepassing van de Wet WOZ te corrigeren zonder gevolgen voor het hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/5791
hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

(gemachtigde: [organisatie], verbonden aan [organisatie]),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar,

1.
Overwegingen
1.1.
Na bericht van de gemachtigde van belanghebbende heeft de rechtbank geconstateerd dat zij in de uitspraak van 6 juni 2024 per omissie een bepaling uit de Wet WOZ heeft toegepast. Aangezien de zaak betrekking heeft op een naheffingsaanslag parkeerbelasting is dit niet juist.
1.2.
In de uitspraak van 6 juni 2024 staat in overweging 4.2. de volgende zin opgenomen, waarbij in de voetnoot wordt verwezen naar artikel 30a Wet WOZ:
Deze vergoeding moet rechtstreeks aan belanghebbende zelf worden betaald.
De rechtbank verbetert haar uitspraak van 6 juni 2024 door onder overweging 4.2. de volzin “Deze vergoeding moet rechtstreeks aan belanghebbende zelf worden betaald” te verwijderen. Ook de bijbehorende voetnoot op pagina 4, waarin wordt verwezen naar artikel 30a van de Wet WOZ wordt verwijderd.
1.3.
Aangezien de fout redelijkerwijs kenbaar voor partijen was, zal de rechtbank deze verbetering doorvoeren.

Beslissing

De rechtbank verbetert de fout in de uitspraak van 6 juni 2024 op de wijze als onder 1.2. omschreven en stelt vast dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen.
Deze hersteluitspraak is gedaan door mr. M.Z.B. Sterk, rechter, in aanwezigheid van R.P.H. Bukkems, griffier, op 22 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze hersteluitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.