ECLI:NL:RBZWB:2024:5060
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV wegens niet tijdig beslissen op uitkeringsaanvraag
Verzoekster diende op 19 februari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op haar aanvraag om een uitkering van 23 augustus 2023. Het UWV heeft op 8 april 2024 alsnog een besluit genomen, waarna verzoekster haar beroep introk. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, maar het UWV heeft niet gereageerd.
De rechtbank oordeelt dat het UWV door het alsnog beslissen tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoekster. Op grond hiervan is het verzoek om proceskostenveroordeling kennelijk gegrond. De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 437,50 aan proceskosten, een bedrag dat is vastgesteld op basis van het indienen van het beroepschrift en het beperkte onderwerp van de zaak.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. Verzoekster wordt geadviseerd zich hiervoor rechtstreeks tot het UWV te wenden. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten op 23 juli 2024 en zonder zitting openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster wegens niet tijdig beslissen.