De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 juni 2024 uitspraak gedaan over verzoeken van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om machtigingen tot uithuisplaatsing te verlengen voor drie minderjarigen. De kinderen zijn in maart 2024 uit huis geplaatst wegens ernstige zorgen over hun opvoedsituatie bij de vader. Door onvoorziene omstandigheden zijn zij sindsdien meerdere keren overgeplaatst naar verschillende pleeggezinnen en voorzieningen.
De kinderrechter constateert dat de plaatsingen zonder geldige juridische titel hebben plaatsgevonden, wat zij kritisch beoordeelt. De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag en werken mee aan de voorwaarden voor terugplaatsing, waaronder het bieden van een geschikte woonomgeving en het naleven van hulpverlening. De kinderen hebben hun mening gegeven, waarbij zij aangeven de situatie moeilijk te vinden en graag bij hun moeder willen wonen.
Gezien de voortdurende zorgen en de noodzaak van rust en stabiliteit, acht de rechtbank het noodzakelijk om de machtigingen tot uithuisplaatsing te verlengen tot 2 oktober 2024. Hiermee kan de GI de kinderen op passende locaties laten verblijven terwijl wordt onderzocht of terugplaatsing mogelijk is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.