Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
de invorderingsambtenaar van de gemeente Breda.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Motivering
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en de daarbij in rekening gebrachte aanmaningskosten. De invorderingsambtenaar verklaarde het bezwaar tegen de aanmaningskosten ongegrond, maar de heffingsambtenaar vernietigde de naheffingsaanslag. De rechtbank beoordeelde het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de invorderingsambtenaar.
De rechtbank oordeelde dat de aanmaningskosten ten onrechte in rekening zijn gebracht omdat de naheffingsaanslag was vernietigd, wat volgens de Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Breda 2013 betekent dat geen aanmaningskosten verschuldigd zijn. Daarnaast stelde belanghebbende dat hij niet is gehoord in de bezwaarfase, hetgeen door de rechtbank werd bevestigd omdat de overgelegde stukken geen bewijs van horen bevatten.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk en gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en de kostenbeschikking, en veroordeelde de invorderingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende. Terugwijzing werd niet noodzakelijk geacht omdat het beroep gegrond was en belanghebbende hier niet om had verzocht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aanmaningskosten en de uitspraak op bezwaar en veroordeelt de invorderingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.